Verhaal: de kelderdokters

De tekeningen zijn van Melina Ruyter.

Twee dierendokters hebben samen een nieuwe wachtkamer gehuurd. Het is een vochtige kelder.
Het ruikt er muf. Als je praat, klinkt er een holle echo. Maar de dokters houden wel van de kou en het donker.
Het zijn een kakkerlak en een pissebed.
Als ze samen zijn, korten ze hun namen af. Voor het gemak. Je snapt zeker wel hoe.
Maar als er zieke klanten zijn, noemen ze elkaar netjes dokter.

Vandaag hebben ze een nieuwe klant. Ook een insect: een horzel. Hij stommelt met veel lawaai het trapje af.
De horzel jammert en strekt zijn poten voor zich uit.
Op de tast zoekt hij de weg: zijn ogen zitten dicht!
Hij kan dus niet meer vliegen. En ook niet meer steken, en ook niet meer eten.
De dokters stoten elkaar aan.
Ze doen erg hun best om niet te lachen.
Dokter K. zuigt zijn wangen naar binnen. Zijn voelsprieten trillen.

‘U mag zich uitkleden,’ zegt dokter P.
‘Hij is al in zijn blootje, sukkel’ sist dokter K.
‘O ja, ja… natuurlijk. Draait u zich maar om. Ogen open…’
‘Auw!’ schreeuwt de horzel.
‘Mijn wimper zit verkeerd! Aan mijn oog geplakt!’
‘Stakker,’ zucht dokter P. ‘Stumper.’
‘Niet zo fraai,’ mompelt dokter K.
Hij graait in zijn spullen en pakt een schaar.
Voorzichtig knipt hij de horzel vlak bij zijn oog.
Het is maar goed dat de klant het niet ziet.

Het oog schiet open en de horzel knippert.
‘Gelukkig! Ik kan weer zien! Geweldig!
Bedankt, dokters!’
Hij krijgt nog een stempel op een kaartje.
Bij de deur drentelt hij nog wat rond.
‘Treuzel niet zo! U kunt gaan!’ zegt Dr. K.
Hij wuift met zijn sprieten.
Dan staat de horzel weer op de drempel.
Hij gaat gauw een paard zoeken. Lekker prikken, lekker smullen. Hij heeft zelf honger als een paard!

Klik op de tekening om hem te vergrotenDe dokters wassen hun handen.
‘Goed werk, Kak.’
‘Zeker weten, Pis.’
Dokter K. drukt op het belletje in de wachtkamer.
‘De volgende!’
De deur boven aan de keldertrap gaat open.
Een paard klautert naar beneden.
Hij komt de horzel tegen, die net naar boven klimt.
‘Daar is mijn taxi,’ denkt de horzel. ‘En mijn avondeten! Ik wacht boven wel even.’

Dit verhaal schreef ik voor een schoolboek. Maar het mocht er niet in. Er staan een paar woorden in die ze op school liever niet zien. Wat vind jij?