Verhaal: Mol, rot op!
De tekeningen zijn van Melina Ruyter.
Kika
kijkt uit het raam.
Ze kijkt of Pier thuis is.
Ze speelt graag bij hem.
Ze kijkt naar zijn tuin.
En dan lacht ze… heel hard.
Want wat staat daar in de tuin van Pier?
Midden op het grasveld?
Een bord.
Een bord met een pijl.
Die pijl wijst naar haar huis.
En er staat ook iets bij:
Mol, rot op!
Pier heeft een mol.
Die woont in zijn tuin.
Maar Pier is niet blij met die mol.
Mol maakt het gras stuk.
Hij duwt de grond omhoog.
Zo maakt hij een molshoop.
Een bergje aarde op het gras.
Maar hij maakt er niet een of twee!
Het hele grasveld zit vol.
En tussen de bergjes in zie je gangen.
Mollengangen.
Dus Pier is boos op die mol.
Kika loopt naar buiten.
Ze ziet Pier bij een molshoop staan.
Hij kijkt somber.
‘Ha, Kiek!’ zegt hij.
‘Het werkt niet. Mijn bord.
Die rotmol trekt zich er niks van aan.’
‘Dat is niet zo gek,’ giechelt Kika.
‘Dat bord staat toch niet goed!
Zo ziet die mol het bord niet!
En dan leest hij het ook niet!’
Pier snapt er niks van.
‘Het bord moet onder de grond!’ zegt Kika.
‘Daar woont die mol toch?
Daar graaft hij zijn gang!
Hij komt bijna nooit boven.
Alleen om zand weg te werken.
Nee, dat bord moet omgekeerd.’
Pier
lacht.
‘Je hebt gelijk!
Kom, help me even.
Dan draaien we het bord om.’
Samen graven ze een kuil.
Het bord gaat erin: op zijn kop.
Dan gooien ze de kuil dicht met zand.
Je ziet alleen nog een stukje stok.
‘Zo. Wie het nu niet snapt,
is echt stom,’ zegt Pier.
‘Wie dit leest is gek,’ lacht Kika.
‘Maar wacht eens.
Hoe staat het bord in de kuil?
Naar welke kant wijst die pijl nu?
Waar gaat de mol naartoe?
Toch niet naar onze tuin, hè?’
Pier grijnst.
‘Dat weten we morgen,’ zegt hij.