Tim en Lot spelen verstoppertje

Naam: Linda (10 jaar)
Datum: zaterdag 1 august 2008

Verhaal

Tim en Lot hebben afgesproken bij Lot.
Ze gaan buiten spelen.
Ze spelen verstoppertje, Tim is hem.
Tim telt tot twintig:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
Tim gaat zoeken.
Hij zoekt overal.
Maar hij kan Lot nergens vinden.

Hij zoekt in de schuur, bij de fietsen, onder de kooien waarin Lot haar ouders cavias fokken, maar hij ziet haar nog steeds niet.
Met een somber gezicht ploft hij in het gras neer.
Zo is het helemaal niet leuk meer, denkt hij.
Hij roept een paar keer abc ik kap ermee en gaat dan naar binnen.
De moeder van Lot staat in de keuken en vraagt: waarom heb je zo’n somber gezicht?
We spelen verstoppertje alleen ik kan haar nergens vinden,
ze is helemaal nergens ze is weg.
En we hadden nog wel zo duidelijk afgesproken dat we alleen in de tuin mochten gaan en dat heeft ze zelf bedacht.

Een half uur later……………

Lot is er nog steeds niet.
De moeder van Lot begint nou toch wel een beetje ongerust te worden.
Ze zegt tegen Tim ik ga de buren enzo maar even bellen.
10 minuten later komt ze de kamer weer binnen.
Ze zegt: ik wacht nog 5 minuten binnen en als ze er dan nog niet is breng ik je naar huis en ga ik de buurt rondzoeken en flyers ophangen.
Na 3 minuten begint het te regenen dat het giet.
Ze zegt ik ga met de auto rond kijken en jij gaat ook mee want dan kan ik je onderweg bij je huis afzetten.

De volgende dag…………

De volgende dag wordt Tim al vroeg wakker gemaakt door zijn mobieltje.
Hij neemt op en vraagt met een slaperige kop: wa mot je?
Lot is weg, hoort hij een benauwde stem.
Hij kan nog net horen wie het is, het is de moeder van Lot.
Ze vertelt verder: ik ben gister nog tot het donker werd rondgelopen na dat ik jou had afgezet.
Maar geen enkel spoor van Lot.
En vannacht is ze ook niet thuisgekomen.
Tim schrikt van het nare bericht.
Hij hangt op en kruipt weer in bed.
Hier moet hij nou eens heel lang over nadenken.
Om 7 uur wordt hij alweer wakker gemaakt,
het is zijn moeder.
Ze zegt Lisa (de moeder van Lot) heeft net naar mij gebeld,
en ze vroeg of dat je vandaag met haar mee wou zoeken,
omdat jij haar beste vriendje bent en omdat jullie verkering hebben ze zou het daarom fijn vinden dat jij er bij bent als ze gevonden wordt.
En het is weekend dus je hebt vandaag de hele dag tijd.
En morgen als ze vandaag niet gevonden wordt wat hopelijk niet gebeurd.
Tim gaat snel zijn bed uit en kleedt zich snel aan zodat hij naar beneden kan gaan.
Om te zeggen dat hij mee gaat zoeken.
Net als hij beneden komt gaat de deurbel,
het is Lisa.
Hij pakt snel een krentenbol en gaat mee zoeken. Vandaag gaan ze lopen en fietsen zodat ze ook op plekken kunnen zoeken waar je met de auto niet door kan.
Lisa zegt: als we haar vandaag niet vinden ga ik naar het politie-bureau.
Eerst gaan ze naar het winkelcentrum omdat daar zo 's ochtends vroeg nog geen mensen zijn.
Ook daar is geen Lot te bekennen.
Nu fietsen ze naar het park in de stad.
Het park is zo groot dat ze maar blijven fietsen als ze daar aan komen want anders zijn ze daar vandaag nog niet mee klaar.
Ze zien wel een paar zwervers maar geen Lot.

Een paar minuten later………..

Ze zijn weer weg gegaan maar jammer genoeg was ook in het park geen Lot te zien.
Ze beginnen langzamerhand moe te worden en ze krijgen ook steeds minder hoop maar gelukkig spreekt Lisa Tim moed in anders was hij er allang mee gestopt.
Op de een of andere manier voelt Tim dat ze steeds dichter in de buurt komen terwijl ze juist steeds verder van huis gaan.
Het lijkt alsof ze steeds dichter bij Lot komen en dat maakt hem blij.
Als ze de stad uit fietsen en langs de weilanden fietsen hoort hij opeens geritsel.
Meteen staat hij stil.
Wat doe jij nou vraagt Lisa.
Ik hoor geritsel, fluistert Tim.
Hij kijkt nog eens goed om zich heen,
maar hij ziet niks.
Lisa zet haar fiets weg en zegt:
Dit is nou een mooie plek om even iets te drinken.

Een paar minuten later…………….

Een paar minuten later zien ze waar het geritsel vandaan komt.
Het waren een moeder en vader egel met hun jonkies. Tim ziet het en zegt zuchtend:
Het was Lot niet het waren maar wat egels.

De terugweg………..

De zon gaat inmiddels al weer bijna onder.
Gapend zit Tim op de fiets.
Het was ook een vermoeiende dag, zegt Lisa als ze hem ziet gapen.
Vroeg op en laat naar bed.
Als ze bij Tim's huis zijn aangekomen, zet hij zijn fiets in de schuur en loopt met Lisa mee naar binnen waar die wordt opgewacht door allerlei vragen:
En heb je haar gevonden?
Waar zijn jullie allemaal geweest?
We hebben geduimd voor jullie.
Zuchtend ploffen ze eerst eens even neer voordat ze al die vragen gaan beantwoorden.
En dan vertellen ze het hele verhaal.
Maar zuchtend vertelt Tim:
We hebben haar jammer genoeg niet gevonden.
Het geeft niet, zegt de moeder van Tim.
Morgen gaan jullie gewoon naar het politiebureau.
En dan zien we wel weer verder.
Maar ze zit echt niet nog steeds verstopt en te wachten tot ik haar vindt want dan zou ze vannacht wel thuisgekomen zijn, zegt Tim.

Een kwartier later als Lisa weg is……

Kom kleine boef jij gaat lekker naar bed want je zou wel moe zijn.
Ja mama, zegt Tim want hij is te moe om tegen te stribbelen.

De volgende dag…….

De volgende dag wordt hij om tien uur wakker.
Hij kleedt zich aan en gaat naar beneden.
Lisa is bij hun en ze is ook al bij het politiebureau geweest.
Lisa zegt:
Dat de politie heeft gezegd dat we haar vandaag moeten gaan zoeken en als we haar dan nog niet vinden dat dan de politie mee gaat helpen.
Maar we gaan vandaag alleen op de camping hiernaast zoeken en rond het burgemeesters huis zodat we het ook tegen de burgemeester kunnen vertellen.

Even later……….

Ze zitten op de fiets naar de camping.
Op de camping zijn pas een paar mensen binnen.
Gelukkig heb je geen pasje nodig om op de camping te kunnen staan.
Alleen als je er met de auto op wil.
Brrrr koud, zegt Tim.
Ja, je moet ook iets over hebben voor iemand waar je verkering mee hebt.
Ja dat is waar, zegt Tim.
Ze zetten hun fietsen weg en gaan zoeken.
Ze splitsen zich op.
Tim zoekt aan de rechter kant van de camping en Lisa aan de linkerkant van de camping.
En ze hebben om vier uur weer afgesproken bij de receptie waar hun fietsen staan.
Ze gaan zoeken.
Tim loopt meteen naar de kantine omdat Lot zo van drinken houdt.
En Lisa loopt meteen naar de gamehal omdat Lot ook zo erg van gamen houdt.
Maar op beide plekken is geen Lot.
Waar zou Lot nou zijn?, denkt Tim.
Op dat moment gaat het mobieltje van Lisa,
het is de politie.
Hallo, zegt Lisa.
Met de politie, zegt een vrouw: we hebben goed nieuws we weten waar uw dochter is.
De politie heeft een mevrouw gearresteerd en zit nu in de cel.
Als u nu naar het politiebureau komt dan kunnen we meer vertellen en dan kunt u uw dochter zien.
Lisa vraagt voor de zekerheid: wat zeg je?
Precies wat ik zei.
Lisa springt een gat in de lucht en rent naar de kantine waar Tim net weg wou gaan.
Tim, je gelooft het nooit Lot is terecht.
Tim vraagt ook maar voor de zekerheid: wat zeg je?.
Maar het is echt waar.
Lisa zet de telefoon uit en ze rennen naar hun fietsen.
Ze fietsen zo hard als ze kunnen.
Als ze bij het politiebureau aan komen staat Lot al op hen te wachten.
Waar was je nou, vraagt Lisa als ze elkaar knuffelen.
Ik was ontvoerd en meegenomen naar een plek waar het pikkedonker was en ik kreeg alleen maar kaas (Lot haat kaas).
Die mevrouw was er achter gekomen dat ik alleen was,
En zag me vallen en ze zei:
Kom maar mee ik heb tegen schaafwonden een middeltje dus toen ben ik maar mee gegaan.
en toen had ze me opgesloten.
O liefje toch.

5 minuten later……….

Ze zijn naar Tim's huis gefietst om ook daar het goede nieuws te vertellen.
En ook Tim zijn moeder was heel erg blij.

De volgende dag………

De volgende dag is het Maandag,
dus ze moeten weer naar school.
De meester vraagt heeft iemand nog wat te vertellen over het weekend?
En dan vertellen ze alles.
Van het begin tot het eind.

Sien schrijft:

Hier is een spannend verhaal van Linda verschenen. Linda schrijft al langer verhalen, soms ook gedichten. Je ziet dat ze al vaker geoefend heeft, want dit is het langste verhaal dat we tot nu toe gezien hebben. Het is erg moeilijk om het schrijven vol te houden voor een langer verhaal. Ik vind het knap van Linda dat ze bijna een soort boekje geschreven heeft.
Stuur je ook eens een gedicht, Linda? Ik ben benieuwd.
Groet van Sien