De gouden handschoentjes
Naam: Noortje (11 jaar)
Datum: dinsdag 1 september 2008
Verhaal
De kleine Prinses Mimi heeft een probleem.
Mama is voor even weg. Zij gaf Mimi bij het afscheid een paar gouden handschoentjes.
Er is een Koninklijke toverspreuk. “Knip met je vingers en al je wensen komen uit.”
Mimi’s neef Edo wil de kroon stelen, maar met de handschoentjes aan kan Mimi niet vingerknippen. Wat nu?
Mimi is alleen thuis. Mama: 'Ik moet nu echt weg naar de Grote Vergadering.'
Dat is vast heel belangrijk, maar Mimi vindt het wel eng om helemaal alleen in het grote gouden paleis te zijn. Het is nog vroeg. Gelukkig hoeft ze waarschijnlijk niet lang alleen te zijn. Haar neef Edo komt gezellig met zijn vader, Oom Imodus, logeren, fijn!
En gelijk heeft ze: na het middaguur staat er een witte koets voor de deur.
‘Hallo Edo, hallo oom Imodus !’roept Mimi blij. Edo is heel aardig. Oom Imodus veel minder.
‘Mama, ik bedoel koningin Sara-Liezebetta, is..’ begint Mimi. ‘Dat weet ik allang,’keft Imodus. ‘Sorry, meneer, eh oom. Edo, zullen we gaan spelen?’ vraagt Mimi dan aan haar neef. En ze spelen tot het laat is en tijd om naar bed te gaan.
Mimi hoort stemmen. Edo’s bed is leeg. Leeg ?! Mimi glipt uit bed, snel de gang op ! Daar, om het hoekje staat Imodus met Edo te praten. ‘Luister m’n jongen, ik wil dat jij koning wordt en niet dat stomme trutje.’
‘Mimi is geen trutje vader,’zegt Edo, ‘ze is heel lief en gezellig.’
‘Precies, en we hebben een harde machtige koning nodig, geen eitje.’
‘Maar vader, Mimi durft in bomen te klimmen, een vuurtje te maken en..’
‘Jongen, ze is te sappig, en Izzkus moet streng geregeerd worden, en wat het jij ertegen om koning te worden, Edo, m’n zoon ?’ Edo knippert met de ogen. ‘Ik gun het Mimi, en zij heeft het recht, en ik ben nog te jong, zij ook maar, oom..’ ‘Durf je het dan niet toe te geven zoon ?’ ‘Nee, vader ik ..’
Imodus kijkt spiedend rond. ‘Vanavond als ze slaapt steel je haar kroontje. Ik heb haar vaders testament veranderd met tape en potlood, jij zal schitteren in het centrum van Izzkus.’
Nu loopt hij weg en Edo blijft alleen achter.
Het is avond. Mimi doet of ze slaapt.
Edo bijt op zijn lip. Hij wil geen koning worden. Zijn papa is zo gemeen. Maar hij wil dat Edo het doet. Edo maakt het touwtje van het kroontje los. Hij weegt het gouden dingetje met zijn handen. Dan gaat hij de gang op om het Imodus te geven. Maar Mimi komt achter hem aan. Ze denkt ineens aan de handschoentjes. En aan de spreuk van het vingerknippen. Mama zei ‘doe de handschoentjes nooit uit.’
Mimi wenst: ‘Ik word de koningin en niemand anders,’ en knipt met de vingers. Maar dat gaat niet goed.
Ze komt in Imodus' kamer. Edo en oom Imodus merken niets. Dan wil Imodus het kroontje bij Edo opzetten, maar dan stapt mama binnen. Ze ziet het en trekt Mimi de handschoentjes uit.
Die lacht en gilt : ‘IK WORD DE KONINGIN EN NIEMAND ANDERS!’
Ze knipt met de vingers en haar wens komt uit !!!
Sien schrijft: